What goes around comes around? Hoe interieurtrends van vorm veranderen
- Conny Gruijters

- 4 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen

What goes around comes around?
Designonderzoeker Andrea Peach gebruikte die vraag in 2013 als titel voor haar onderzoek naar de heropleving van ambacht in de jaren zeventig en de nieuwe belangstelling ervoor decennia later.
Haar punt was juist dat het woord revival minder eenvoudig is dan het lijkt.
Ambacht verdwijnt niet om vervolgens ineens opnieuw te worden uitgevonden.
Het krijgt in een andere tijd een nieuwe betekenis.
Dertien jaar later gebeurt iets vergelijkbaars.
Heimtextil zette de trends voor 2026 en 2027 onder de titel Craft is a verb.
Handwerk, zichtbare naden, onregelmatige verfstructuren en andere sporen van het maakproces worden daarbij tegenover de foutloze uitstraling van AI gezet. De reden om over ambacht te praten is daarmee actueel.
Ambacht zelf is dat bepaald niet.
Dat maakt een andere vraag interessanter. Niet welke interieurtrend terugkomt, maar wat er aan die trend verandert.
Tijdens Milan Design Week 2026 waren daar meerdere kleine signalen van te zien.
Vlechtwerk werd constructie. Lak verscheen op delen van banken en fauteuils.
Metaal kreeg zachtere vormen. Tafels werden architectonischer terwijl stoelen juist slanker werden.
Glas werd vaker gebruikt om licht en zicht te sturen in plaats van alleen als glad, transparant oppervlak.
Het zijn geen nieuwe woonstijlen.
Het zijn microtrends die bestaande interieurtrends een andere uitstraling geven.

Microtrends laten zien waar interieurtrends werkelijk veranderen
Grote interieurtrends bewegen langzaam. De behoefte aan comfort, rust, natuurlijke materialen, persoonlijkheid en tactiliteit verdwijnt niet omdat een nieuw trendrapport verschijnt.
Dat zagen we eerder al in Waarom we trends volgen, maar ze zelden toepassen.
Trendvoorspellingen beïnvloeden wat we zien en waar we aandacht voor krijgen, maar een interieur verandert veel langzamer.
Een bank, vloer, keuken of tafel wordt niet vervangen omdat een andere vorm ineens vaker op een beurs verschijnt.
Microtrends werken anders. Ze laten kleine verschuivingen binnen die grotere ontwikkeling zien.
Een materiaal krijgt een andere afwerking. Een meubel verliest volume.
Een traditionele techniek wordt op een nieuwe manier gebruikt.
Een harde en een zachte afwerking komen ineens in hetzelfde meubel terecht.
Juist daar wordt zichtbaar hoe een bestaande trend langzaam van karakter verandert.
Architectuur wordt lichter
Open ruimtes zijn al jaren onderdeel van hedendaagse architectuur.
De behoefte aan meer geborgenheid groeit tegelijk. Dat lijkt tegenstrijdig, maar juist daartussen ontstaat een interessante verandering.
Een volledig glazen wand houdt een ruimte open, maar kan ook hard en zakelijk ogen.
Geribbeld glas, rookglas en licht getint glas doen iets anders. Ze laten licht door, maar maken het beeld erachter minder scherp.
De afscheiding wordt daardoor zichtbaarder zonder meteen als gesloten wand te werken.
Glas wordt zo minder een onzichtbaar materiaal en meer onderdeel van het interieurbeeld.
Ook Architectural Digest zag tijdens Milan Design Week 2026 opnieuw veel aandacht voor glas als materiaal waarmee ontwerpers spelen met licht, onregelmatigheid en transparantie.
Tegelijk ontstaat een tegenbeweging bij meubels.
De afgelopen jaren waren volle banken, dikke zittingen en organische volumes sterk aanwezig.
Die verdwijnen niet. Daarnaast komen slankere stoelen, fijnere frames en meer open constructies in beeld.
ELLE Decor signaleerde in Milaan opvallend ranke stoelontwerpen, terwijl Wallpaper juist zag dat tafelonderstellen steeds vaker als kleine architectonische constructies worden ontworpen.
Het interessante zit in die combinatie.
Een tafel mag architectonisch aanwezig zijn, terwijl een stoel eromheen nauwelijks visuele massa heeft.
Een glazen afscheiding verdeelt een ruimte zonder haar dicht te zetten.
Meubels laten meer vloer en wand zichtbaar.
Dat is geen terugkeer naar het strenge minimalisme van twintig jaar geleden.
Materialen blijven rijker en comfortabeler. Alleen hoeft niet ieder meubel meer volume te maken om luxe uit te stralen.
De architectuur van de ruimte krijgt daardoor opnieuw meer ruimte.
Materiaal mag zichtbaar materiaal zijn
Ambacht wordt op dit moment vaak gekoppeld aan de behoefte aan iets menselijks tegenover AI. Heimtextil maakt die tegenstelling heel duidelijk.
Binnen de trend Crafted irregularity worden knopen, ongelijke verf, zichtbare naden en onregelmatige afwerkingen juist niet weggewerkt. Het maakproces mag zichtbaar blijven.
Maar precies hier is de verwijzing naar Andrea Peach relevant. Ook in de jaren zeventig werd ambacht al als revival en heruitvinding beschreven.
De behoefte aan handwerk is dus nauwelijks het nieuwe verhaal.
De toepassing ervan wel.
Een voorbeeld is vlechtwerk. Dat kennen we al eeuwen en het is in interieurs nooit werkelijk verdwenen. Toch signaleerden de internationale redacties van Architectural Digest tijdens Milan Design Week 2026 iets anders: weaving verschoof bij verschillende presentaties van decoratieve toepassing naar constructie.
Het vlechten bepaalt dan niet alleen het oppervlak van een object, maar ook hoe het meubel of element is opgebouwd.
Daarmee verandert ook de manier waarop we naar materiaal kijken.
Een geweven oppervlak hoeft niet perfect recht te zijn. Hout hoeft niet overal dezelfde tekening te hebben. Steen mag aders tonen. Metaal mag veranderen onder invloed van gebruik en tijd.
Patina past binnen dezelfde ontwikkeling, maar vraagt enige voorzichtigheid.
Een versleten kast naast een nieuwe bank maakt nog geen trend. Interessanter wordt het wanneer ontwerpers bewust kiezen voor materialen en afwerkingen die niet nieuw en onaangeraakt hoeven te blijven ogen.
Tijdens Milan Design Week werd dat zichtbaar in interieurs waarin asymmetrie, verweerde oppervlakken en oudere elementen naast nieuw design werden gebruikt.
ELLE Decor omschreef die ontwikkeling als faded splendor.
Luxe wordt daarmee niet minder verfijnd. De definitie ervan wordt ruimer.
Een materiaal hoeft niet foutloos te zijn om hoogwaardig te voelen.
Dat zien we ook terug in de manier waarop trendforecasting verschuift van losse trendkleuren naar materiaalgedrag, textuur, glans en lichtwerking.
Deze ontwikkeling beschreven we eerder op The Real Styleguide en werd vervolgens ook gepubliceerd door Wonen360.
Hard en zacht worden één ontwerp
Misschien is hier de verandering het duidelijkst zichtbaar.
De behoefte aan zachtheid en comfort heeft de afgelopen jaren geleid tot ronde banken, bouclé, dikke stoffering en organische vormen. Nu ontstaat daarnaast een andere manier om zachtheid te maken.
Niet door harde materialen weg te laten, maar door ze juist naast zachte materialen te zetten.
Wallpaper zag tijdens Salone del Mobile 2026 bij verschillende merken lak terugkomen in banken en fauteuils. Gelakte constructiedelen, zijkanten en andere harde elementen werden onderdeel van een gestoffeerd meubel.
Het resultaat is geen volledig zacht object meer, maar een combinatie van glans, kleur en textiel.
Hetzelfde gebeurt met metaal.
Architectural Digest gebruikte voor een deel van deze ontwikkeling de term Soft Industrialism.
Aluminium, staal en andere industriële materialen blijven zichtbaar, maar worden verwerkt in rondere vormen en gecombineerd met materialen die warmer en tactieler aanvoelen.
Dat verschil lijkt klein, maar verandert het interieurbeeld behoorlijk.
Hoogglans lak naast wol voelt anders dan een volledig gestoffeerde bank. Een slank metalen frame naast een hoogpolig kleed geeft meer spanning dan wanneer alles zacht en mat wordt gehouden.
Rookglas naast hout werkt anders dan helder glas naast chroom.
Het materiaalcontrast wordt onderdeel van het ontwerp.
In Interieurtrends 2027 en 2028: waarom dezelfde kleuren anders werken zagen we al dat een kleur nauwelijks los kan worden bekeken van materiaal en schaal. Een bruintint in hoogglans lak heeft een andere werking dan hetzelfde bruin in wol, hout of steen.
De microtrend zit daarom niet alleen in de terugkeer van lak of metaal.
Beide zijn nooit weggeweest. De verandering zit in de combinatie.

Geen nieuwe stijl, wel een ander interieurbeeld
Wie deze microtrends los bekijkt, ziet rookglas, vlechtwerk, patina, slankere stoelen, glanzende lak en metaal.
Samen vertellen ze een ander verhaal.
De grote interieurtrends blijven herkenbaar. We zoeken nog steeds comfort, tactiliteit, rust, persoonlijkheid en materialen die prettig aanvoelen. Alleen de manier waarop ontwerpers die behoefte vertalen verandert.
Zachtheid hoeft niet meer alleen uit zachte materialen te komen.
Ambacht hoeft niet zichtbaar te worden door een uitgesproken handgemaakt object.
Openheid betekent niet automatisch volledig helder glas.
Luxe hoeft niet gelijk te staan aan foutloze oppervlakken.
En een comfortabel meubel hoeft niet steeds groter en voller te worden.
Daarom zijn microtrends interessanter dan het ieder jaar opnieuw uitroepen van compleet nieuwe woontrends.

Dezelfde verschuivingen zijn niet alleen zichtbaar in het hogere designsegment.
In een toegankelijker interieur komen chroom, rookglas, gevlochten materialen, glanzend hout en zachte stoffering samen zonder dat de ruimte als trendshow voelt.
Juist die vertaling laat zien wanneer een microtrend breder onderdeel wordt van het interieurbeeld.
Ze laten zien waar de verschuiving werkelijk plaatsvindt.
What goes around comes around?
Vaak wel. Alleen zelden in precies dezelfde vorm.









