Welke interieurtrends voor 2023 zagen we in Parijs?


Samen met mijn collega stapte ik vol verwachting uit de Thalys op Gare du Nord in Parijs.
De vraag was simpel, welke interieurtrends voor 2023 zouden we op Maison et Objet terugzien, en welke ideeën konden we vertalen naar de winkelvloer?
De verwachting was groot.
De winkel kon op bepaalde plekken een update gebruiken, dus de beurs moest vooral duidelijk maken welke sfeer, materialen en kleurkeuzes commercieel interessant zouden worden.
Geen nieuwe trends, wel een duidelijke verschuiving
De opvallendste conclusie was niet dat er een volledig nieuwe woontrend ontstond.
Juist het tegenovergestelde gebeurde.
Veel stijlen bleven bestaan, maar werden zachter, warmer en minder strak afgebakend.
Na jaren waarin interieurtrends elkaar snel opvolgden, leek er in 2023 eerder sprake van samenvoeging dan van vervanging.
Cottagecore, vintage, duurzaamheid, boho, wabi sabi en classic revival liepen steeds vaker door elkaar heen. Niet als losse stijlkaartjes, maar als combinaties die in echte woningen herkenbaar konden worden toegepast.

Waarom stijlen in 2023 door elkaar gingen lopen

Stijlen verdwijnen zelden helemaal. Ze verliezen vooral hun scherpe rand.
Cottage core werd minder landelijk en zocht aansluiting bij vintage en duurzame keuzes.
Boho werd rustiger door lichte natuurlijke stoffen, verweerd hout en grovere structuren.
Classic revival kreeg minder formele trekken door ronde vormen, zachte bekleding en een informelere styling.
Daardoor ontstonden interieurs die minder bedacht aanvoelden en meer persoonlijk opgebouwd waren.
Kleur, hout en textuur kregen meer gewicht
Op de beurs vielen vooral warmere houtsoorten, gematteerde verftonen en vollere kleuren op.
Een vintage bank in een uitgesproken kleur werkte goed naast een hoogpolig karpet of een wand in een warme, zachte tint.
Patronen trokken aandacht, maar niet meer op de manier van harde statements.
Ze werden ingezet om een interieur meer gelaagdheid te geven.
De combinatie mocht schuren, zolang materiaal, schaal en kleur elkaar in balans hielden.
Traveler als verzameltrend voor 2023
Een duidelijke woonrichting was wat je Traveler zou kunnen noemen. Daarin kwamen boho, global eclectic, wabi sabi en classic revival samen.
Oude verweerde meubelen werden gecombineerd met grote loungebanken in lichte natuurlijke stoffen. Bij een houten eettafel pasten zwaardere eetkamerstoelen met een ambachtelijke uitstraling.
Vloerkleden oogden vaak als sisal, maar waren in de praktijk regelmatig gemaakt van zachtere synthetische blends.
Dat maakte ze bruikbaarder in dagelijks gebruik, zonder dat het natuurlijke beeld verloren ging.
Sierkussens met verschillende formaten, geweven structuren en etnisch geïnspireerde prints gaven deze stijl een persoonlijk karakter.
Souvenirs, objecten en gevonden stukken kregen een duidelijke plek in de ruimte.
Lampen werden niet alleen functioneel gekozen, maar als smaakmaker.
Dit was geen strak trendbeeld, maar een manier om een interieur minder showroomachtig en meer persoonlijk te maken.

Escapisme en digitale kleur bleven beperkt zichtbaar

De digitale en escapistische trend was in 2023 wel aanwezig, maar minder dominant dan verwacht.
Denk aan lila, beige, zachte glans, tactiele stoffen en kleuren die doen denken aan digitale werelden.
Op de beurs kwam deze richting vooral terug in accessoires en kleinere accenten.
De vertaling naar grote meubelstukken of complete woonkamers bleef beperkt.
Waarschijnlijk had dat te maken met de commerciële haalbaarheid en de toenemende nadruk op duurzaamheid.
Niet iedere digitale kleur laat zich logisch vertalen naar een bank, kast of eettafel waar iemand jarenlang mee wil wonen.

Designklassiekers bleven een belangrijk referentiepunt
Naast nieuwe collecties bleven designklassiekers duidelijk zichtbaar.
Denk aan iconische banken zoals Togo en Ploum van Ligne Roset, Bubble van Roche Bobois en de LCW lounge chair van Charles en Ray Eames voor Vitra.
Hun aanwezigheid liet zien dat de markt niet alleen naar nieuwigheid zocht, maar ook naar herkenbare vormen met bewezen waarde. Dat is commercieel interessant, omdat klassiekers vaak houvast geven binnen een interieur dat verder persoonlijker en losser wordt samengesteld.
Welke merken misten we op de beurs?
Een aantal bekende smaakmakers was niet aanwezig of minder zichtbaar dan verwacht. HK Living, Studio Henk, Bert Plantagie, Pode en 101 Copenhagen hadden in eerdere jaren een duidelijkere rol in het beursbeeld.
Dat zegt niet direct iets over hun relevantie, maar wel over veranderende strategieën.
Studio Henk bouwde verder aan eigen winkels,
Pode werd bekender bij een breder publiek en HK Living leek bewuster met zichtbaarheid om te gaan. Tegelijk bleef er genoeg Nederlandse vertegenwoordiging over, met merken als Light and Living, Eleonora, Nix Design en Lifestyle. Urban Nature Culture viel op door een consequente koers met duurzame producten en een doordachte basiscollectie.

Bovenstaande foto's zijn van HK living.
Wat deze beurs vooral duidelijk maakte
Maison et Objet 2023 liet niet één grote nieuwe woontrend zien.
De beurs maakte vooral zichtbaar dat consumenten minder behoefte hadden aan een compleet nieuw stijlverhaal en meer aan combinaties die persoonlijk, warm en bruikbaar aanvoelen.
Voor de winkelvloer betekende dat niet dat alles moest veranderen. Het ging eerder om een betere vertaling van bestaande stijlen naar stijlkamers, kleurcombinaties en materiaalkeuzes die klanten helpen om hun eigen interieur samen te stellen.
De waarde van deze beurs zat dus niet in het ontdekken van de volgende grote trend, maar in het herkennen van verschuivingen.
Zachtere stijlen, warmere materialen, persoonlijkere objecten en minder harde trendgrenzen bepaalden het beeld.
Juist dat maakte deze reis bruikbaar voor de winkel, omdat een interieur uiteindelijk niet draait om het volgen van een trend, maar om keuzes waar iemand jarenlang prettig mee woont.









