Massief hout, fineer, Fenix, keramiek of steen? Wanneer materiaalkeuze klopt en wanneer niet
- Conny Gruijters

- 28 dec 2025
- 4 minuten om te lezen

Wanneer je de analyses van Lidewij Edelkoort, Jan Agelink, Hilde Francq, WGSN en Architectural Digest naast elkaar legt, valt iets op.
De trends lossen op. Wat overblijft zijn vaste lijnen.
Geen seizoenskleuren of stijlhypes, maar gedeelde uitgangspunten over hoe we met materialen willen leven. Over wat blijft, wat mag verouderen en wat moet functioneren in het dagelijks gebruik.
De overeenkomsten zijn opvallend consistent.
Materialen worden gekozen om wat ze doen, niet alleen om hoe ze ogen. Veroudering en patina zijn acceptabel, mits bewust onderdeel van het ontwerp.
Tactiliteit wint het van perfectie. Levensduur wordt een ontwerpeis, geen bijzaak.
Materiaalkeuze moet passen bij gebruik, onderhoudsbereidheid en levensfase.
Dit zijn geen trends. Dit zijn ontwerpvoorwaarden.
En precies daar verschuift de vraag van wat is mooi naar wat werkt.
Leef je aan een meubel of kijk je ernaar
Voordat materiaalkeuzes inhoudelijk worden, is één onderscheid essentieel: wordt een meubel gebruikt, of vooral bekeken.
Een eettafel kan het centrum van het gezinsleven zijn, maar ook een zorgvuldig gestyled object waar nauwelijks aan gegeten wordt. Die twee vragen om totaal verschillende materialen.
Daarom begint materiaalkeuze niet bij kleur of stijl, maar bij vier vragen die het gebruik definiëren:
Leef je aan dit meubel of kijk je ernaar. Geeft onderhoud je rust of juist stress. Mag veroudering zichtbaar zijn, of moet het oppervlak stabiel blijven. Is dit een meubel voor tien jaar, of voor een specifieke fase.
Wie deze vragen niet stelt, kiest vaak op beeld en raakt later teleurgesteld in het dagelijks gebruik.
Massief hout
Voor wie betrokkenheid geen bezwaar is
De herwaardering van massief hout past binnen een bredere beweging richting natuurlijke, eerlijke materialen. Niet omdat hout “terug is”, maar omdat het leesbaar reageert op gebruik.
Massief hout werkt. Het verkleurt, zet uit en krimpt, en neemt gebruikssporen op. Dat proces stopt niet na levering.
In gebruik betekent dit dat kringen, kleine deuken en kleurverschillen ontstaan, ook bij zorgvuldig onderhoud.
Olie of hardwax voedt het hout, maar voorkomt geen verandering door licht of vocht.
Dit materiaal past bij gebruikers die accepteren dat een meubel meebeweegt met het leven eromheen. Wie een visueel stabiel, onveranderlijk oppervlak verwacht, kiest hier verkeerd, ook bij hoge kwaliteit.
Internationaal wordt massief hout daarom ingezet als dragend materiaal. Eettafels, wandmeubelen en fronten die mogen verouderen en waarbij gebruik onderdeel wordt van de waarde.

Fineer
Stabiliteit boven herstelbaarheid
Fineer wordt vaak onderschat, terwijl het in veel situaties juist een rationele keuze is.
Door de opbouw is fineer stabieler dan massief hout. Het werkt nauwelijks en blijft visueel rustiger bij wisselende lichtinval en temperatuur.
In gebruik betekent dit minder zichtbare verandering over tijd. Het oppervlak blijft voorspelbaar, maar is minder vergevingsgezind bij beschadiging. Herstellen is beperkt mogelijk.
Fineer past bij meubels die intensief worden gebruikt, maar waarbij men geen zichtbare veroudering wenst. Het is een afweging tussen stabiliteit en herstel, niet tussen echt en onecht.
Binnen interieurontwerp wordt fineer veel toegepast in wandmeubelen en maatwerk waarin het meubel onderdeel is van de architectuur en niet het verhaal van gebruik hoeft te dragen.
HPL en Fenix
Controle, consistentie en gebruiksgemak
De opkomst van HPL en Fenix sluit aan bij een duidelijke behoefte aan materialen die weinig aandacht vragen in gebruik.
Deze oppervlakken zijn kleurvast, krasbestendig en eenvoudig te reinigen. Fenix onderscheidt zich door het ultramatte karakter en de verminderde zichtbaarheid van vingerafdrukken.
In de praktijk betekent dit dat het meubel zich terugtrekt. Er is geen patina, geen veroudering, geen herstel. Het oppervlak blijft wat het is.
Deze materialen passen bij eettafels, keukentafels en werkmeubels waar intensief gebruik plaatsvindt, maar waar rust en voorspelbaarheid belangrijker zijn dan tactiele gelaagdheid.
Keramiek en Dekton
Stabiliteit boven tactiliteit
Keramische materialen en gesinterde steen worden niet gekozen om hun zachtheid, maar om hun voorspelbaarheid.
Ze zijn hittebestendig, nauwelijks poreus en extreem slijtvast. In gebruik verandert het oppervlak niet, ook niet bij intensief dagelijks gebruik.
Dit maakt ze geschikt voor huishoudens en ruimtes waar meubels functioneel moeten blijven zonder aandacht te vragen. Er is geen patina en geen herstel. Wat gekozen wordt, blijft zo.
Keramiek en Dekton functioneren als stabiele ankers in interieurs waar meerdere functies samenkomen en waar het meubel niet mee hoeft te bewegen met gebruik.

Travertin en natuursteen
Voor wie patina onderdeel is van het ontwerp
Natuursteen keert terug in een minder gepolijste vorm. Poriën, aders en onregelmatigheden blijven zichtbaar.
Travertin is gevoelig voor zuren en vocht. Vlekken en verkleuring zijn geen defecten, maar eigenschappen.
Impregneren is noodzakelijk, maar beschermt niet tegen alles. Dit materiaal vraagt acceptatie van verandering en bewust gebruik.
Binnen internationale ontwerpen wordt natuursteen ingezet als tactiel tegenwicht in strakke interieurs. Het materiaal vraagt aandacht, maar voegt diepte toe waar perfectie te vlak zou zijn.
Glas
Zichtbaarheid vraagt discipline
Glas toont alles. Vingerafdrukken, stof en kringen zijn direct zichtbaar.
Dit maakt het materiaal geschikt voor toepassingen waar transparantie en licht gewenst zijn, maar alleen wanneer onderhoud geen bezwaar is.
Glas functioneert niet als alleskunner, maar als bewuste keuze binnen een gecontroleerde context.
Mortex en microcement
Rust vraagt precisie
Micro cementachtige afwerkingen vragen meer discipline dan vaak wordt aangenomen.
Het oppervlak is sterk, maar foutgevoelig bij verkeerde afwerking of gebruik. Krassen en vlekken ontstaan wanneer de technische opbouw niet klopt of onderhoud wordt onderschat.
Dit materiaal past bij gebruikers die begrijpen dat visuele rust alleen werkt wanneer uitvoering en onderhoud zorgvuldig worden opgevolgd.
Onderhoud is geen bijzaak
Het is een ontwerpbeslissing
Onderhoud wordt vaak pas besproken na aankoop. Dat is te laat.
Onderhoud zegt iets over tijd, aandacht en verwachting.
Wie geen onderhoud wil, moet geen materiaal kiezen dat om betrokkenheid vraagt.
Wie karakter wil, moet accepteren dat perfectie verdwijnt.
Internationaal onderzoek laat zien dat deze realiteitscheck steeds belangrijker wordt.
Niet om minder te kiezen, maar om beter te kiezen.
Kiezen zonder spijt
Materialen bepalen hoe een interieur werkt, niet alleen hoe het eruitziet.
Ze bepalen hoe het veroudert, hoeveel aandacht het vraagt en of het meegroeit met een levensfase.
Wie dat begrijpt, kiest rustiger.
Niet omdat het een trend volgt, maar omdat de keuze klopt bij het gebruik.
Dat is geen stijlkeuze.
Dat is ontwerp.










