Interieurtrends 2025: wat verschoof en waarom 2026 daarop voortbouwt
- Conny Gruijters

- 23 dec 2025
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 28 dec 2025

In 2025 verschoof de jarenlange dominantie van lichte, minimalistische interieurs, met neutrale banken, witte wanden en standaard kunst, naar meer gelaagdheid en persoonlijkheid. Interieurs die jarenlang waren opgebouwd rond veiligheid en neutraliteit, begonnen sterk op elkaar te lijken. Dat werd zichtbaar in woonbeelden, showrooms en particuliere woningen.
In plaats van een volledig neutrale basis verschenen interieurs waarin één of enkele keuzes het beeld bepaalden. Een wand in een diepere tint, een bank met meer volume of een opvallender stoffering zorgde ervoor dat de persoonlijkheid van de bewoners zichtbaar werd. Niet door meer toe te voegen, maar door duidelijker te kiezen.
Focus in plaats van een gelijkwaardige inrichting
Wat in 2025 opviel, was dat niet alles meer dezelfde aandacht kreeg. Interieurs werden minder opgebouwd uit losse elementen die allemaal ‘klopten’, en meer vanuit hiërarchie.
Woonkamers kregen een duidelijk middelpunt. Dat kon een royale zithoek zijn, een uitgesproken fauteuil of een markante tafel. De rest van het interieur bleef rustiger en ondersteunend. Hierdoor ontstond samenhang zonder dat alles op elkaar afgestemd hoefde te zijn.
Kunst als vast onderdeel van het interieur
De rol van kunst veranderde zichtbaar. Kunst werd minder ingezet als stylingelement en vaker als blijvend onderdeel van de ruimte.
In plaats van veilige prints die vooral moesten passen bij de bank of wandkleur, verschenen werken met een eigen geschiedenis of uitgesproken beeldtaal. Kunst bleef hangen, ook wanneer meubels werden vervangen. Daarmee werd kunst minder afhankelijk van trends en sterker verbonden met de bewoners.

Open wonen, opnieuw georganiseerd
De volledig open woonruimte bleef bestaan, maar werd anders gebruikt. In 2025 werd duidelijk dat openheid zonder structuur in het dagelijks leven onrustig werkt.
Zithoeken werden gemarkeerd met grote vloerkleden, eetplekken kregen een eigen lichtpunt en meubels werden ingezet om functies te scheiden zonder zichtlijnen te blokkeren. De ruimte bleef open, maar het gebruik werd leesbaar.
Verlichting als organiserend element
Verlichting kreeg een actievere rol in het interieur. Niet als sfeermaker, maar als onderdeel van de indeling.
Hanglampen boven de eettafel kregen meer schaal, vloerlampen werden architectonischer en wandarmaturen kregen reliëf en volume. Sculpturale armaturen functioneerden ook wanneer ze uitgeschakeld waren. Ze gaven visueel gewicht aan een zone en maakten meerdere kleine lichtpunten overbodig.
Zachtere vormen, met tegenwicht
De vormtaal verschoof in 2025 richting zachtere lijnen en meer zitcomfort. Banken en fauteuils werden dieper, kregen meer volume en lossere kussens. Comfort werd een zichtbaar onderdeel van het ontwerp.
Interieurs waarin alles diezelfde zachtheid volgde, werden vlak. Daarom verschenen zachte zitmeubels naast sculpturale salontafels met uitgesproken vormen en materiaalcombinaties. Vloeren bleven rustiger van basis, maar werden gelaagd met vloerkleden waarin kleur, patroon en textuur samenkwamen. Materialen als hout en steen werden vaker gecombineerd om diepte toe te voegen.
Niet alles werd rond. Zachtheid kreeg een duidelijke plek binnen het geheel.

Materiaal als dragend element
Materiaalkeuze kreeg meer gewicht. Niet als decoratie, maar als fundament van het interieur.
Dat vraagt om andere keuzes dan we jarenlang gewend waren, waarbij materiaal niet alleen moet kloppen in beeld, maar vooral in dagelijks gebruik, onderhoud en levensduur.
Natuursteen, massief hout en stoffen met structuur werden toegepast in meubels en objecten die bleven staan. Gladde, anonieme materialen maakten plaats voor oppervlakken die verouderen en karakter ontwikkelen. Materiaal werd iets om te gebruiken en aan te raken, niet alleen om te zien.
Wat dit betekent richting 2026
Wat in 2025 zichtbaar werd, was geen stijlbreuk maar een verschuiving in manier van inrichten. Minder neutraliteit als standaard, meer gerichte keuzes per ruimte.
Richting 2026 vertaalt zich dat naar interieurs waarin één kleurvlak, één materiaal of één object de ruimte draagt. De rest ondersteunt. Niet alles vraagt aandacht, zolang duidelijk is waar die ligt.
Ontwerpen vanuit nadruk, balans en proportie
Deze manier van werken sluit aan bij de 7 ontwerpprincipes voor design.
Nadruk, balans en proportie bepalen waar de aandacht ligt. Het interieur werkt omdat de keuzes helder zijn.
Van correctie naar continuïteit
2025 maakte zichtbaar dat neutraliteit zonder keuze zijn werking verloor. 2026 bouwt daarop voort met interieurs die duidelijk laten zien wie er woont, hoe de ruimte wordt gebruikt en wat blijft.
Niet door meer toe te voegen, maar door preciezer te selecteren.








